naamvallen

Duits lijn2

DoenIn klas 2 heb je de eerste (Nominativ), derde (Dativ) en vierde (Akkusativ) naamval behandeld. Lees alles over de 1e, 3e en 4e naamval en de vaste voorzetsels met de 3e of 4e naamval.

Hieronder vind je de uitleg en het gebruik van de Genitiv (tweede naamval): 

Waar in het Nederlands van de, van het, van deze, van sommige, van mijn, enz. staat, gebruik je in het Duits een tweede naamval. In het Duits verdwijnt dan het woordje von en komt de naamval die daar speciaal voor is: de tweede naamval.

De tweede naamval komt voor:

·          bij een bezit

De portemonnaie van mijn broer [bezit van mijn broer] was gestolen.
– Die Brieftasche meines Bruders war gestohlen worden.

·         als iets bij iets anders hoort:

Bij de explosie sneuvelden alle ramen van het huis.
– Bei der Explosion gingen alle Fenster des Hauses zu Bruch.

·         na voorzetsels met een vaste, tweede naamval
Van die voorzetsels moet je in ieder geval während, wegenstatttrotz, innerhalb, außerhalb kennen.

Voorbeeld: Vanwege het weer blijven wij thuis.
Wegen des Wetters bleiben wir zu Hause. 

TIP 1:
De 2e naamval komt het meest voor tussen twee zelfstandige naamwoorden:
bijv.

de auto van de buurman
de klacht van deze klant
de veters van mijn schoenen
zelfstandig
naamwoord
hier krijg je in het
Duits een 2e naamval
zelfstandig
naamwoord

TIP 2:
Meestal waar wij van gebruiken krijg je in het Duits dus de tweede naamval.
Toch kun je veel ook zeggen met von, maar dat klinkt vooral bij het schrijven al snel een beetje “steenkolerig”!!

Alleen bij getallen moet je altijd von gebruiken:
Ik heb folders van twee reisbureaus besteld.
– Ich habe Kataloge von zwei Reisebüros angefordert.

Hieronder vind je het complete overzicht van alle naamvallen, ook de uitgangen van de tweede naamval staan daarop; gebruik het!

Downloaden (PDF, 88KB)

Onderstaande oefeningen gaan over de Genitiv, maar ook over de andere naamvallen.

In deze oefeningen vind je geen bijvoeglijke naamwoorden. Als je echt alles over de naamvallen en voorzetsels wilt oefenen, ga dan naar het bijvoeglijk naamwoord. Daar vind je behalve de uitleg ook een groot aantal oefeningen.

Duits lijn2

Oefeningen :doen

  1. Zet het zelfstandig naamwoord in de Genitiv.
  2. Geef de juiste vorm van de Genitiv.
  3. Vul de goede vorm van de Genitiv in.

Duits lijn2

 

Oefeningen:Snappen

  1. Welke naamval? Vul de juiste uitgangen in.
  2. Alle naamvallen en voorzetsels door elkaar deel 1.
  3. Bepaal de naamval.
  4. Vul het geslacht en de naamval in.
  5. Alle naamvallen en voorzetsels door elkaar deel 2.